Robert Jan en de Run van Winschoten

Robert Jan en de Run van Winschoten

Na mijn testloop van 44 kilometer had ik mij ingeschreven voor de Run van Winschoten. De korte afstand, weliswaar, maar toch nog een imposante vijftig kilometer. Op papier al een hele uitdaging, de uitdaging bleek inderdaad aanzienlijk bij het luiden van het startschot.

De Run van Winschoten is de oudste ultraloop van Nederland. Sinds 1976 lopen mensen op de tweede zaterdag van september honderd kilometer door Winschoten. In eerste instantie 1 grote ronde van honderd kilometer, later vervangen door twee ronden van vijftig kilometer en nu tien ronden van tien kilometer door Winschoten en Heiligerlee. Sinds 1995 wordt het Nederlands Kampioenschap honderd kilometer in Winschoten gelopen tijdens de Run.

Vijf rondjes van tien kilometer dus. De sporthal van Winschoten, die als uitvalsbasis dient voor de lopers, ligt praktisch op de startlijn. Dus warm en droog afwachten tot het startschot valt. Met een deelnemersveld van ruim negentig man is er geen sprake van wachtrijen, dranghekken en ander ongemak zoals je ziet bij bijvoorbeeld de marathon van Rotterdam. Om exact kwart over tien klonk het startschot en begon ik met lopen. GPS horloge op de startstreep ingeschakeld, telefoon met Endomondo crashte nog eens lekker toen ik de streep overliep. Maar na 300meter besloot ook die zich te gaan gedragen en kon ik hem aanzetten.

De eerste ronde was in een flits voorbij. Ik had met mezelf afgesproken ongeveer op 5:30/km te gaan starten, maar bij het passeren van de streep in 53:00 precies, moest ik toch vaststellen dat ik eigenlijk wat te hard liep. De regen kwam met bakken uit de hemel en hoewel ik een regenjasje aan had, had ik geen droge draad meer aan het lijf. Afgezien van het water had ik het ook koud. Steenkoud. Ik kon ook niet zakken in tempo, want dan zou ik het alleen maar kouder krijgen.

In de eerste ronde was ik in een groepje komen lopen met Rutger en Siemon. Siemon werd vergezeld door een clubgenoot op een fiets die hem enthousiast toeschreeuwde en voor ons het, ook licht vochtige, publiek tot applaus maande. Het werkte wel.

De tweede en derde ronde waren meer van hetzelfde. Stromende regen, lange stukken asfalt en een enthousiaste man uit de buurt van Delfzijl die het publiek opjutte.

In de vierde ronde kreeg ik een dipje. Ik had Siemon en Rutger iets laten lopen. Ik zag ze nog op zo’n tweehonderd meter voor me lopen. Da’s toch een goeie minuut als ik het tempo er goed in heb, tijdens deze run was het bijna anderhalve minuut. Ik werd ingehaald door een lange kerel van de plaatselijke judovereniging die in de 10×10 estafette meeliep. Ik ging ff een praatje met hem aan en besloot zijn tempo te volgen. Van ruim 5:30’s ging ik naar 4:45’s per kilometer. De twee mannen voor me, waarmee ik al zo’n 30km had opgelopen, wilde ik weer bijhalen. Dat lukte zo’n twee kilometer voor de streep. Daar zou ik mijn pas verworven ‘haas’ weer kwijt raken, dus aanhaken nog even. De vierde ronde ging in 52:39 en was mijn snelste.

Bij het ingaan van het vijfde rondje, kwam ik ook in de buurt van de 44 kilometer die ik nu als langste afstand in de benen had zitten. De marathon-streep passeerde ik in 3:39:00. Da’s maar een kwartier meer dan ik als PR heb staan. Na driehonderd meter nog even gestopt bij de voorraadpost. Bananen, sinaasappels, warme bouillon, ze hebben van alles en ik had wat nodig. Weer op gang komen bij deze post werd een beetje een probleem. De benen wilden niet meer zo goed luisteren en met het gevoel van twee messen in de bovenbenen toch weer geprobeerd op gang te komen.

Het 44 kilometerpunt was, naast het punt dat ik verder liep dan ooit, ook het punt dat mijn hoofd zei: “Bekijk het maar, ik kap er mee”. Mijn hele lijf deed pijn. Schouders waren verkrampt, benen hielden het bijna voor gezien, hoofd deed pijn door de kou. De drankposten moest ik laten voor wat het was. Nu weer stil gaan staan en ik kwam niet meer op gang. De twee mannen met wie ik samen ruim veertig kilometer had opgetrokken waren er vandoor. Het blikveld vernauwde, de hartslag zat rond de 170 en mijn looptechniek zat al met een biertje voor de tv. Zes oneindig lange kilometers volgden. Opgeven wilde ik heel erg graag, maar ik deed het niet. De vijftig moest vol!

De laatste bocht voor de finishlijn kwam in zicht. Er kon nog een klein beetje extra tempo uit. Nog een kleine versnelling, hoe harder je loopt, hoe korter de ellende duurt. In 4:28:15 stortte in mijzelf over de streep. Drijfnat, steenkoud en helemaal kapot.

Reageren

E-mailadres wordt niet openbaar gemaakt. Verplichte velden zijn gemarkeerd*